Decreet Vlaams cultureel-erfgoedbeleid
Op 23 mei 2008 werd het “Decreet houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid” bekrachtigd door de Vlaamse Regering. Op 4 augustus 2008 werd het decreet in het Belgische Staatsblad gepubliceerd, waardoor het nu ook effectief in werking kan treden. Het decreet wordt kortweg “Cultureel-erfgoeddecreet” genoemd omdat het uitsluitend over het roerend en immaterieel (cultureel) erfgoed handelt.
Het decreet heeft tot doel:
- een cultureel-erfgoedbeleid uit te bouwen, namelijk vanuit een geïntegreerde aanpak een kwaliteitsvolle en duurzame zorg voor en ontsluiting van het cultureel erfgoed te stimuleren;
- een netwerk van erfgoedorganisaties tot stand te brengen om de cultureel-erfgoedbeleving bij burgers te cultiveren, te representeren, te erkennen en te valoriseren;
- een verdere ontwikkeling van de verschillende cultureel-erfgoedpraktijken, de museologie, de archiefwetenschap en het hedendaags documentenbeheer, de informatie- en bibliotheekwetenschap en de etnologie te stimuleren;
- binnen het cultureel-erfgoedbeleid de nodige aandacht voor interculturaliteit te ontwikkelen.
Met het Cultureel-erfgoeddecreet:
- wil de Vlaamse Gemeenschap een ééngemaakt en performant steunpunt realiseren;
- kent de Vlaamse Gemeenschap een kwaliteitslabel toe aan musea, culturele archiefinstellingen en erfgoedbibliotheken;
- neemt de Vlaamse Gemeenschap verantwoordelijkheid op voor erfgoedinstellingen en -organisaties op zowel Vlaams als internationaal niveau:
- musea ingedeeld bij het Vlaamse niveau;
- culturele archiefinstellingen ingedeeld bij het Vlaamse niveau;
- landelijke cultureel-erfgoedorganisaties voor volkscultuur;
- landelijke expertisecentra voor cultureel erfgoed;
- Archiefbank Vlaanderen;
- Vlaamse Erfgoedbibliotheek;
- samenwerkingsverbanden met het oog op de versterking van de internationale profilering van kunstcollecties;
- periodieke cultureel-erfgoedpublicaties.
- ondersteunt de Vlaamse Gemeenschap het lokale cultureel-erfgoedbeleid door het sluiten van cultureel-erfgoedconvenants met een gemeente, een intergemeentelijk samenwerkingsverband of de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
- ondersteunt de Vlaamse Gemeenschap de provincies door het sluiten van cultureel-erfgoedconvenants;
- subsidieert de Vlaamse Gemeenschap ook projectmatig.
Download hier de tekst van het Vlaams cultureel-erfgoeddecreet [PDF 250 kB].
Bronnen: FAROnet.be en Vlaanderen.be.
Voorontwerp Cultureel-erfgoeddecreet
Midden december 2007 keurde de Vlaamse regering op initiatief van Vlaams minister Bert Anciaux het voorontwerp goed van het decreet houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid. Het voorontwerp wordt nu voorgelegd aan de Raad van State en zal daarna voor de tweede keer door de Vlaamse regering worden goedgekeurd.
Binnenkort start ook de parlementaire procedure die moet leiden tot een definitief nieuw decreet voor het culturele erfgoed. Na de debatten stemt het Vlaams parlement over het decreet. Daarna moet het decreet nog een derde keer naar de Vlaamse Regering om het te bekrachtigen en de publicatie in het Belgisch Staatsblad aan te vragen. Daarna worden de uitvoeringsbesluiten geschreven en pas wanneer deze zijn
goedgekeurd, krijgt het nieuwe decreet kracht van wet.
Het decreet wordt kortweg Cultureel-erfgoeddecreet genoemd omdat het uitsluitend over het roerend en immaterieel (cultureel) erfgoed handelt.
FARO is het nieuwe gezamenlijke steunpunt voor het culturele erfgoed in Vlaanderen en Brussel. FARO ontstond officieel op 1 januari als samensmelting van Culturele Biografie Vlaanderen vzw en het Vlaams Centrum voor Volkscultuur vzw.
De naam FARO kreeg als ondertitel Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed. Toeval of niet, maar faro kennen we in Brussel nog steeds als een wat rinse vorm van lambiekbier met een lager alcoholgehalte. De Franse schrijver Charles Baudelaire zou er tijdens zijn verblijf in Brussel ooit over gezegd hebben: “Le faro c’est la bière deux fois bue” (faro is bier dat tweemaal gedronken is). Cultureel erfgoed pur sang dus.
Het nieuwe steunpunt betrok begin januari zijn nieuwe kantoren in de Priemstraat 51 in Brussel. Het gebouw deed vroeger dienst als drukkerij en als opslagplaats van het Leger des Heils.
Adresgegevens FARO:
FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed vzw
Priemstraat 51
1000 Brussel
tel. 02 213 10 60
fax 02 213 10 99
e-mail: info@faronet.be
website: www.faronet.be
Op vrijdag 29 februari worden de nieuwe kantoren plechtig in gebruik genomen en wordt ook de nieuwe website gelanceerd.
VVF-Brussel maakt digitale klapper 1795
VVF-Brussel zoekt nog 4 vrijwilligers die willen helpen bij het bewerken (digitaal klapperen) van de Brusselse volkstelling van 1795. Wie meedoet aan het project krijgt een cd-rom mee naar huis om daar in alle rust de gescande beelden van de volkstelling te bekijken en in een databestand in te voeren.
Het Archief van de Stad Brussel bezit een aantal volkstellingen die beginnen in de Franse periode (1795). Er zijn volkstellingen van de jaren 1795, 1799, 1802, 1812, 1816, 1829, 1835 en 1842. Vanaf 1846 zijn er voor Brussel echte bevolkingsregisters.
Van de allereerste volkstellingen van de jaren 1795, 1799, 1802 en 1812 bestaan er nog geen tafels. Het Archief van de Stad Brussel is daarom begonnen met het inscannen en verzamelen op cd-rom van deze volkstellingen. De volkstelling van 1795 werd verzameld op 8 cd-roms.
VVF-Brussel heeft een samenwerkingsakkoord afgesloten met het Stadsarchief om de gegevens die op de cd-roms staan te bewerken en in een databestand te plaatsen (digitaal klapperen).
Momenteel werden er reeds 4 vrijwilligers bereid gevonden om aan het project mee te werken. Maar er zijn 8 cd-roms en daarom zoeken we nog 4 vrijwilligers.
Wie wil meedoen kan zich voor 1 maart 2008 aanmelden bij Daniel Bex, voorzitter van VVF-Brussel. Dat kan telefonisch op 02 478 51 40. Begin maart wordt u dan uitgenodigd voor een bijeenkomst in het Stadsarchief. Daar worden alle details en de manier van werken uitgelegd. Alle vrijwilligers die aan het project meewerken, krijgen een jaar lang gratis toegang tot de leeszaal van het Archief van de Stad Brussel.
Sinds kort biedt het Rijksarchief in België de genealogen een aantal instrumenten aan waarmee enerzijds naar voorouders kan worden gezocht en waarbij anderzijds de hulp van de familiekundigen wordt ingeroepen bij de analyse van gedigitaliseerde documenten met een genealogische of demografische waarde. We geven u een overzicht.
Zoeken naar personen
Genealogische bronnen bevatten een schat aan persoonsgegevens. Heel wat individuele onderzoekers hebben in het verleden bepaalde archiefdocumenten systematisch geanalyseerd en namen en datums genoteerd. Het Rijksarchief biedt de genealogen een platform aan om al deze analyses beschikbaar te stellen via één grote database.
De zoekrobot “Zoeken naar personen” wil één centrale toegang bieden tot alle beschikbare bewerkingen van archiefdocumenten (parochieregisters, akten van de burgerlijke stand, notariële akten…).
De centrale database zal het opzoekwerk van de individuele onderzoekers niet alleen vereenvoudigen, maar ze biedt ook de garantie dat het vele werk dat in de loop der jaren werd geleverd ook in de toekomst op een uniforme wijze beschikbaar kan worden gesteld.
Beschikt u over nadere toegangen of bronbewerkingen in een of andere gestructureerde elektronische vorm en wenst u deze informatie met anderen te delen, stuur dan een e-mail naar digita@arch.be. U voegt bij voorkeur een uittreksel van uw gegevens toe. Indien uw gegevens in aanmerking komen, krijgt u een aanmeldingsfiche toegestuurd en wordt een testconversie uitgevoerd.
Raadpleeg de database Zoeken naar personen van het Rijksarchief
Demogen
Het Rijksarchief wil niet alleen bestaande bronbewerkingen gecentraliseerd ter beschikking stellen, maar ook zelf actief meewerken aan analyseprojecten. Hiervoor wordt de software “Demogen” aangeboden. Door het gebruik van deze software kan de invoer van gegevens in de toekomst op een gestructureerde manier verlopen. “Demogen” kan worden gedownload via de website van het Rijksarchief.
Download Demogen via de website van het Rijksarchief
Alvorens u de software kunt downloaden, dient u zich eerst kosteloos als “demogenner” op de website te registreren.
Demogen visu
Nog een stap verder gaat het online-analyseproject “Demogen visu”. Ook hiervoor kunt u zich inschrijven op de website van het Rijksarchief. Na de installatie van een klein softwarepakket kunt u gedigitaliseerde documenten downloaden voor bewerking. “Demogen visu” is een geïntegreerd pakket waarbij u bovenaan het scherm de gedigitaliseerde documenten kunt raadplegen om in het onderste gedeelte de gegevens in te voeren.
De software bevat heel wat hulpmiddelen om de invoer te vereenvoudigen. Zo kunt u een republikeinse datum automatisch in een gregoriaanse datum omzetten, werken met een verkorte invoer van gemeentenamen enzovoort. Terwijl u aan de analyse werkt, hoeft u niet online te zijn. Alleen om het werkpakket te downloaden en het na bewerking opnieuw te uploaden, heeft u een actieve internetverbinding nodig.
Op dit ogenblik heeft u reeds de keuze uit een duizendtal werkpakketten met documenten uit verschillende provincies en gemeenten. U kunt een pakket naar keuze downloaden om te bewerken. In de toekomst zullen meer pakketten worden aangeboden. Het is immers niet mogelijk om alle 20.000 microfilms tegelijkertijd te digitaliseren en beschikbaar te stellen. U kunt echter wel suggesties doen en gemeentenamen doorgeven die u graag beschikbaar wilt zien. Het Rijksarchief neemt deze dan op in een prioriteitenlijst.
De parochieregisters worden na grondige analyse door het Rijksarchief zelf gedigitaliseerd. Het digitaliseren van de registers van de burgerlijke stand gebeurt in samenwerking met de Genealogical Society of Utah (de “Mormonen”). Na de digitalisering wordt een kwaliteitscontrole uitgevoerd en worden gegevens zoals de identificatie van de gemeente, het type van de akte e.d. aan de digitale beelden toegevoegd.
De eerste versie van de software werkt enkel onder Windows. Het Rijksarchief heeft ons echter meegedeeld dat indien meerdere vrijwilligers naar een versie voor Mac of zelfs Linux vragen, deze versies waarschijnlijk zullen worden ontwikkeld. Het Rijksarchief houdt ons op de hoogte. Ondertussen kunt u al laten weten dat u een Mac- of Linux-versie van de software wenst. Stuur daarvoor een e-mail naar digita@arch.be.
Download DemoGenVisu.exe via de website van het Rijksarchief
Alvorens u de software kunt downloaden, dient u zich eerst kosteloos als “demogenner” op de website te registreren. Ter bevestiging van uw registratie zult u van het Rijksarchief een activeringsmail ontvangen. De ervaring leert dat het enige tijd kan duren voor u deze mail ontvangt.
Bronnen:
De tekst op deze pagina is grotendeels gebaseerd op een folder die ons door het Rijksarchief ter beschikking werd gesteld. Meer informatie over de digitaliseringsprojecten van het Rijksarchief kunt u lezen op de website van het Rijksarchief: “Omdat genealogisch onderzoek ons nauw aan het hart ligt…” – studiedag rond digitalisering.
Het Brusselse hoofdstedelijke gewest is op het vlak van de familiekunde blijkbaar meer dan andere regio’s in Vlaanderen een nog vrij onbekend gebied voor de genealoog die op zoek is naar zijn voorouders.
VVF-Brussel ontvangt regelmatig schriftelijk, telefonisch en via e-mail vragen over de raadpleegbaarheid van genealogische documenten binnen het Brusselse hoofdstedelijke gewest. Ook in de verschillende elektronische fora waarin de vereniging actief is, worden dergelijke vragen gesteld.
Om in te spelen op de steeds terugkerende vragen, werkt het bestuur van VVF-Brussel momenteel aan een “Genealogische archiefgids voor het Brusselse hoofdstedelijke gewest”.
Voor elk van de 19 gemeenten van het Brusselse hoofdstedelijke gewest zal in de gids worden vermeld welke genealogische documenten waar en hoe gevonden kunnen worden en tegen welke voorwaarden ze kunnen worden geraadpleegd. Dit alles wordt aangevuld met informatie per gemeente over genealogische documenten in het Algemeen Rijksarchief en het Rijksarchief te Anderlecht. Ook de Franstalige zustervereniging SCGD (Service de Centralisation des études Généalogiques et de Démographiques de Belgique) in Schaarbeek wordt vermeld. Alle informatie wordt in overzichtelijke fiches bij elkaar gebracht.
VVF-Brussel wil voor de genealogen vooral een handige en informatieve gids samenstellen die een overzicht biedt van de verschillende mogelijkheden voor stamboomonderzoek binnen het Brusselse hoofdstedelijke gewest. Een dergelijk omvattend instrument is momenteel nog niet voorhanden. Op die manier hoopt VVF-Brussel het gewest de plaats te geven die het met zijn rijke verleden op de genealogische landkaart verdient.
Meer informatie over deze archiefgids verneemt u binnenkort. De publicatie is voor het najaar voorzien.
Het tweewekelijkse Nederlandse tijdschrift Aldfaer, GensDataPro, Haza-21 en Pro-Gen. De bijdragen zijn vooral bedoeld voor beginners. Voorts wordt er uitleg gegeven over de GEDCOM-standaard en er wordt een overzicht gegeven van diverse nuttige websites.
Computer Idee staat iedere twee weken vol nieuws, wetenswaardigheden en handige tips. Het tijdschrift bevat uitleg voor beginners en waardevolle informatie voor gevorderden.
Computer Idee is ook in Vlaanderen en Brussel in de beter gesorteerde boek- en dagbladhandels te koop.
Voor de taalliefhebbers onder u is het vast geen nieuws meer: sinds begin dit jaar is het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) gratis online te raadplegen.
Het WNT is als woordenboek misschien minder bekend, maar voor de genealoog die serieus geïnteresseerd is in de geschiedenis van zijn voorouders is het een onschatbare bron van informatie over de herkomst en de betekenis van oude en tegenwoordig minder of niet meer gebruikte woorden en begrippen.
Het WNT is geen gewoon verklarend, maar een zogenaamd historisch woordenboek. Het beschrijft de Nederlandse woorden vanaf 1500. Het eerste deel werd in 1864 uitgegeven, het laatste in 1998. In 2001 verschenen nog drie delen met aanvullingen over vooral 20ste-eeuwse woorden. Het volledige WNT bestaat uit 43 delen en werd op een eerder beperkte oplage gedrukt. In 1995 werd er een cd-rom van op de markt gebracht. Mede omdat het volledige WNT dus al in elektronische vorm beschikbaar was, kan het nu ook online worden geraadpleegd.
In het WNT komen meer dan anderhalf miljoen citaten voor die voor meer dan de helft van een datering zijn voorzien. Die verzameling citaten omvat het geschreven Nederlands van vijf eeuwen. Het WNT behandelt ca. 400.000 trefwoorden die in boekvorm bijna 50.000 bladzijden beslaan.
In de onlineversie van het WNT werd de structuur van de artikelen uitklapbaar gemaakt. Omdat het woordenboek oorspronkelijk was geschreven in de spelling De Vries en Te Winkel uit 1863 (bijvoorbeeld visch, photo), werd in de elektronische versie een zoekmachine met de huidige spelling (vis, foto) toegevoegd. Heel wat trefwoorden werden bovendien gekoppeld aan informatie in andere bronnen.
Wat heeft u nu aan het WNT bij uw stamboomonderzoek? Een voorbeeld, gebaseerd op een concrete vraag. Iemand vindt dat zijn voorouders (einde achttiende eeuw) “cabaretiers” waren en hij vraagt of er meer over dat groepje te vinden zou zijn. De vraagsteller gaat uit van de moderne betekenis van het woord “cabaretier” en veronderstelt dat het om een familie van artiesten gaat. Niets is minder waar, leert ons het WNT, want de oudere en oorspronkelijke betekenis van het woord wijst op een heel andere herkomst. Leest u even mee:
CABARETTIER
Woordsoort: znw.(m.)
Modern lemma: cabaretier
– CABARETTIERE -, znw. m., mv. -s. Mnl. cabarettier. Uit fr. cabarettier (1360-’70). Zie TOBLER-LOMMATZSCH 2, 4 [1936].
¶ Persoon, zoowel een man als een vrouw, die een kroeg houdt. Sinds lang veroud.
Het WNT geeft ons natuurlijk ook de moderne betekenis:
CABARETIER
Woordsoort: znw.(m.)
Modern lemma: cabaretier
znw. m., mv. -s. Pseudo-fr. vorming van cabaret met -ier.
¶ Persoon die beroepshalve cabaretnummers opvoert; cabaretartiest.
Aangezien onze onderzoeker het woord “cabaretier” aantrof in een document van het einde van de achttiende eeuw, is het vrij zeker dat de betekenis dus “kroegbaas” of “herbergier” is.
De onlineversie van het Woordenboek der Nederlandsche Taal bevat een schat aan informatie. Helemaal gratis, u hoeft zich alleen maar even te registreren om een paswoord te ontvangen. Weet u wat woorden als “anderzweer”, “voorschepen” of “watergraaf” betekenen? Niet helemaal zeker? Toch maar even opzoeken in het WNT!
Om het WNT online te kunnen gebruiken heeft u Flash 7 of hoger nodig. De website is getest met de browsers Microsoft Internet Explorer 6 en 7, Mozilla Firefox 2 en Mac OS X Safari 2.0.4.
De onlineversie van het Woordenboek der Nederlandsche Taal is het eerste onderdeel van het project “Historische woordenboeken van het Nederlands online” van de Geïntegreerde Taalbank (GTB). Het WNT online is een uitgave van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) die via de Nederlandse Taalunie werd gefinancieerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en het Ministerie van OCW (Nederland).
Op maandag 8 januari 2007 was Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel Bert Anciaux te gast in het Nationaal Centrum voor Familiegeschiedenis van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde (VVF) te Merksem. De minister was vergezeld van zijn adjunct-kabinetschef Jan Denolf. Het ging om een werkbezoek dat de minster een beeld moest geven van de doelstellingen en de werking van het centrum.
Na een opwarmende kop thee en een al even verwarmend welkomstwoord van nationaal VVF-voorzitter Edgard Seynaeve gaf centrumdirecteur Jan Vanderhaeghe uitleg over de geschiedenis, de doelstellingen en de werking van het Nationaal Centrum voor Familiegeschiedenis.
Het centrum is een vroegere bakkerswoning, gebouwd in 1906 en sinds 1989 eigendom van de VVF. In de documentenzaal gaf Jan Vanderhaeghe een overzicht van de verschillende stappen in het genealogisch onderzoek en van de documenten die hier ter beschikking zijn. De minister luisterde geïnteresseerd en vond zelfs een kwartierstaat waarmee hij een medewerker een plezier kan doen. Een kopie van het document zal hem later worden bezorgd.
Alvorens naar de leeszaal te gaan, loopt het gezelschap even langs bij de dames Dominique van den Eynde-Barri en Emmy Julliams van de administratie. De minister is onder de indruk als hij hoort over welke hoeveelheid geklasseerde bidprentjes (ca. 600.000 stuks) en rouwbrieven (ca. 350.000 stuks) het centrum beschikt en dat deze allemaal gratis ter beschikking werden gesteld door milde schenkers.
Ook de efficiëntie van de rolbibliotheek (compactus) kon de waardering van de minister wegdragen. De minister vindt het een goed initiatief dat het merendeel van de aanwezige documenten daarenboven verzameld en doorzoekbaar is via de Centrum Antwerpen Databank (CAD) die ter plaatse kan worden geraadpleegd. Dat de catalogus van alle boeken zelfs via het internet gratis raadpleegbaar is, was hem niet bekend.
Heel wat openbare diensten, organisaties en verenigingen bewaren cultureel erfgoed (archiefstukken, beelden, boeken, meubels, foto’s, schilderijen…). Vaak heeft men echter geen zicht op de omvang en de veelzijdigheid van de collectie. De digitale inventarisatie staat nog niet op punt.
Er bestaat dus een grote behoefte aan een eenvoudig programma waarmee objecten kunnen worden geregistreerd om de inventarisatie vlot te laten verlopen. De Erfgoedcel Antwerpen probeert met DICE (Digitale Inventarisatie Cultureel Erfgoed) aan deze vraag tegemoet te komen.
DICE is een eenvoudige en gebruiksvriendelijke applicatie die draait onder Microsoft Access en werd ontwikkeld door de Erfgoedcel Antwerpen in samenwerking met de musea van de Stad Antwerpen. De applicatie is bedoeld voor de basisregistratie van divers cultureel erfgoed. Bovendien is DICE geschikt om een registratie-achterstand op een snelle manier weg te werken.
In 2003 werd DICE ontwikkeld om tegemoet te komen aan de vraag naar een geschikt registratie-instrument om cultureel erfgoed te inventariseren. In 2004 werd het programma grondig getest. Op basis van de opmerkingen van de testorganisaties werd het programma in 2005 aangepast. Half december 2006 werd DICE aan diverse culturele instellingen ter beschikking gesteld. Het programma en de handleiding zijn via de website van de Erfgoedcel Antwerpen te downloaden.
DICE sluit nauw aan bij de structuur van een registratieprogramma als Adlib dat al in diverse musea wordt gebruikt en waarvan ook een gratis “Adlib Museum Lite” versie bestaat. Wie over bestaande Microsoft Word- of Excel-inventarissen beschikt, kan deze op een eenvoudige manier in DICE importeren. De gegevens kunnen later opnieuw naar Microsoft Excel of Adlib worden geëxporteerd. Een essentieel onderdeel van DICE is de fotografische registratie. Foto’s van objecten kunnen immers nuttig zijn bij onderzoek.
DICE wordt gratis ter beschikking gesteld aan Vlaamse instellingen en diensten die cultureel erfgoed beheren.
Momenteel hebben tal van erfgoedverenigingen de toepassing al gedownload. Onder hen verschillende heemkundige kringen, maar bijvoorbeeld ook de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde afdeling Kortrijk.
DICE ontstond in het kader van het erfgoedconvenant van de Vlaamse overheid met de stad Antwerpen. Het programma is een concept van de Erfgoedcel Antwerpen in samenwerking met Collectiebeleid / Behoud en Beheer van de musea stad Antwerpen. Het programma werd ontwikkeld door Vanda Engineering.
Egodocumenten concentratiekampen
Socioloog Jan Hertogen lanceerde midden november zijn website www.getuigen.be. Hiermee wil hij getuigenissen over de kampen en gevangenissen in de Tweede Wereldoorlog toegankelijker maken.
Het is de bedoeling om zo veel mogelijk gepubliceerde getuigenissen van Belgen (of van personen die in België wonen) in de databank op te nemen. Momenteel bevat de databank zo’n veertig getuigenissen.
Zelf zegt Hartogen over zijn project:
Getuigenissen over kampen en gevangenissen in de 2de WO zijn niet altijd beschikbaar of toegankelijk. Het internet kan hier een leemte vullen zodat hun stem voor altijd weerklinkt.
De egodocumenten zijn in een aantal categorieën onderverdeeld: Breendonk, Mechelen en Andere kampen. Naast de elektronische versie van de getuigenissen bevat de databank ook een tijdlijn die de belevenissen van de gevangenen visueel weergeeft. Ook kan men verschillende getuigenissen van eenzelfde kamp opsporen. Een index op kamp- en persoonsnamen vervolledigt het geheel. In de rubriek Beelden zijn foto’s, tekeningen en ander beeldmateriaal opgenomen.
Op de site van Hertogen staat ook een link naar de digitale versie van het andere project Getuigen dat moraalwetenschapper Gie van den Berghe in 1994 afsloot. Het werk van Van den Berghe is een bibliografie van egodocumenten…
… over de nationaal-socialistische kampen en gevangenissen, geschreven of opgetekend door ‘Belgische’ (ex-)gevangenen: Belgen, personen die in België gedomicilieerd waren of verbleven, en andere uit België gedeporteerde personen.
Het project kan worden geraadpleegd via de Pallas-databank van het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA). Een uitvoerige verantwoording over de methodologie die Van den Berghe heeft gevolgd, is te vinden op de persoonlijke website van de auteur.
Bron:
Nieuwe bronnenpublicatie : egodocumenten concentratiekampen / Gerd De Coster ; met dank aan Dirk Martin // in: VVBAD-Info, jrg. 32, nr. 12 (december 2006), p. 18.
In 2008 vieren we 50 jaar Expo 58. De Erfgoedcel
Brussel en Brussel behoort ons toe / Bruxelles nous appartient slaan de handen in elkaar. Zo ontstond het initiatief
Kurieuzeneuzen gezocht!
Wat blijft, naast het Atomium, nog over van Expo 58? Vraag het aan wie het meemaakte! Expo 58 zette Brussel internationaal in de kijker. Voor het eerst aten de Belgen softijs, dronken ze cola, keken ze kleurentelevisie en bewonderden ze de Spoetnik.
Ga als Kurieuzeneus de uitdaging aan en doe een blind date met iemand die het meemaakte, een Babbeleer. Ontsluier de verhalen over Expo 58 en over het Brussel van die tijd. Hoe heeft je Babbeleer die “moderne” tijd beleefd? Wat at hij graag? Wat vertelt hij/zij er vandaag nog over? Wat waren zijn/haar toekomstbeelden toen? Wat blijft daarvan over?
Bent u de Kurieuzeneus die we zoeken? Speel dan het spel van de ontmoeting. Doe mee aan
Geen beter moment dan nu: geef jezelf een conversatie cadeau!
Babbeleers gezocht!
U herinnert zich ongetwijfeld Expo ’58: u bezocht de expo, of werkte er zelfs! Wat betekende Expo ’58 voor u? Wat herinnert u zich nog van uw bezoek aan de Expo? Of werkte u tijdens de expo als hostess? Misschien bouwde u wel mee aan een van de paviljoenen? Of u bezocht de wereldtentoonstelling met de klas?
Als u er toen bij was, kan u ons helpen om dit waardevolle stukje collectief geheugen in stand te houden.
Herken je jezelf als een geknipte Babbeleer? Speel het spel van de ontmoeting. Doe mee aan
Meer info, contacteer BNA-BBOT via muriel@bna-bbot.be of tel. 02 223 21 51 of kijk op www.blinddate58.be om te weten wat u best doet…
Algemeen kader: Expo ’58 – het project
De wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel staat bij heel wat mensen in het geheugen gegrift. Tot op vandaag wordt het verhaal van Expo ’58 bepaald door onderzoek dat focust op de architectuur, de stand van de technologie, het geloof in de vooruitgang… Nogal snel wordt de wereldtentoonstelling voorgesteld als vernieuwend op vlak van architectuur en technologie.
Onder de koepel van het interstedelijk project Expo ’58: back to the future zijn erfgoedcellen in Vlaanderen en in Brussel op zoek naar getuigenissen en (beeld)materiaal. De bedoeling is het verhaal over Expo 58 te nuanceren en van onderuit te documenteren. Dit gebeurt door ervaringen en belevenissen van bezoekers centraal te plaatsen en vast te leggen. Niet minder dan 43 miljoen bezoekers gingen naar Expo ’58. Wat waren hun verwachtingen? Wat herinneren ze zich nog van hun bezoek? Of werkten ze er zelfs? Heeft Expo ’58 impact gehad op hun leven?
Naast die verhalen zijn de organisatoren op zoek naar (beeld)materiaal (foto’s, filmpjes, en andere sporen) dat de getuigen nog in hun bezit hebben. Op deze manier zal een nieuwe collectie persoonlijke stukken rond Expo ’58 gegenereerd worden.
Samengevat wil men nagaan welk spoor de wereldtentoonstelling van 1958 – vaak omschreven als een ontmoeting met de toekomst – vandaag heeft nagelaten bij de bezoekers en werknemers van toen. Tegelijkertijd wordt ook particulier erfgoed (foto’s, souvenirs…) opgespoord en in beeld gebracht. Een selectie uit het verzamelde beeldmateriaal uit Vlaanderen en Brussel wordt samen met de getuigenissen gebundeld in een geheugenkaart Expo ’58: een databank consulteerbaar via een website. In 2008, 50 jaar na de Expo, zullen de resultaten van het onderzoek op verschillende manieren kenbaar worden gemaakt.
Voor Brussel, contacteer de Erfgoedcel Brussel-VGC op erfgoedbrussel@vgc.be of tel. 02 208 02 33. U kunt voor Brussel reeds de eerste verhalen beluisteren op www.blinddate58.be of zelf een
Bron: persbericht Erfgoedcel Brussel Vlaamse Gemeenschapscommissie
Nog tot eind 2006 verleent het commerciële genealogische bedrijf Ancestry gratis toegang tot zijn databank met gegevens over migranten, de zogenaamde Ancestry Immigration Collection. Deze toegang wordt verleend via de Amerikaanse website Ancestry.com en de Britse website Ancestry.co.uk. De databank is onlangs in grootte verdrievoudigd en bevat momenteel meer dan 100 miljoen namen uit meer dan 100 Amerikaanse havens.
Ancestry juicht de enorme uitbreiding aan gegevens toe en viert daarom feest. De gegevens zijn nog tot het einde van het jaar gratis toegankelijk. Ancestry verlengt hiermee zijn aanbod met een maand, want oorspronkelijk liep het maar tot 30 november.
De bekende Duitse uitgever Benedikt Taschen gaf onlangs een herdruk uit van de Atlas major van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse cartograaf Joan Blaeu. De kaarten van België en Nederland werden ook in een afzonderlijk boekdeel uitgegeven. Voor een zeer betaalbare prijs, zoals we dat van Taschen gewoon zijn. De oorspronkelijke Latijnse uitgave van de atlas bestond uit 11 delen en was het duurste boek dat tijdens de zeventiende eeuw werd gepubliceerd.
Joan Blaeu gaf zijn beroemde atlas uit in de periode 1648-1665. Hij wilde hiermee het levenswerk voortzetten van zijn vader Willem Blaeu die in 1634 een tweedelige atlas Tooneel des aerdrijx ofte nieuwe atlas publiceerde. Willem Blaeu was gespecialiseerd in maritieme cartografie en ging daarvoor in de leer bij de bekende Deense astronoom Tycho Brahe.
De Nederlandse titel van de Atlas major luidt Grooten atlas, oft wereltbeschrijving, in welcke ’t aertryck, de zee, en hemel wordt vertoont en beschreven. Die volledige beschrijving van de aarde, de zeeën en de hemel heeft Blaeu nooit gerealiseerd. Zijn werkplaats werd in 1672 door een brand vernield en Blaeu stierf een jaar later. Toch wordt de atlas nog steeds als een meesterwerk beschouwd, met name omwille van het hoge wetenschappelijke gehalte van zijn teksten.
De herdruk werd gemaakt op basis van een volledig ingekleurd en met goud opgehoogd exemplaar van de atlas uit de collectie van de Österreichische Nationalbibliothek in Wenen. Om een facsimile gaat het niet, want de atlas werd niet integraal op origineel formaat nagemaakt. Het is wel een keuze uit de mooiste kaarten geworden, meestal op drie vierde van het oorspronkelijke formaat, soms kleiner.
De inleiding bij de heruitgave werd geschreven door Peter van der Krogt, geograaf en cartograaf aan de Universiteit van Utrecht. Een van de hobby’s van Van der Krogt is trouwens de genealogie. In de inleiding bespreekt hij de historische en culturele context en betekenis van de atlas. Van der Krogt zorgde ook voor gedetailleerde beschrijvingen van de kaarten zelf, waardoor ook de lezer van vandaag het meesterwerk van Blaeu naar waarde zal weten te schatten.
De volledige herdruk van de Atlas major telt meer dan 600 pagina’s en weegt bijna 7 kilogram. Voor wie dat wat volumineus vindt, zijn er ook afzonderlijke boeken verschenen voor een aantal landen en werelddelen: Anglia, Scotia et Hibernia (Engeland, Ierland en Schotland), Gallia (Frankrijk), Germania, Austria et Helvetia (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland), Hispania, Portugallia, America et Africa (Spanje, Portugal, Amerika en Afrika), Italia (Italië) en natuurlijk ook Hollandia et Belgica (Nederland en België).
Het deel Hollandia et Belgica beslaat 208 pagina’s en bevat de 63 kaarten van België en Nederland uit de atlas van Blaeu. De tekst van Blaeu zelf werd in het Nederlands, Frans en Engels vertaald en aangevuld met hedendaags commentaar van Peter van der Krogt.
Voor de genealoog die de woonplaatsen van zijn voorouders bestudeert is de heruitgave van Belgica regia & Belgica foederata (zoals de Latijnse titel van het deel over België en Nederland officieel luidt) een handig instrument. Zo leren we dat de huidige gemeente Kortemark (West-Vlaanderen) in de zeventiende eeuw blijkbaar Korten arck werd genoemd, terwijl Wevelgem als Wervelgem werd geschreven.
De Atlas major biedt niet alleen een geografisch, maar ook een politiek en sociaal perspectief op de zeventiende eeuw. Over de huidige Belgische hoofdstad Brussel lezen we:
Brussel is een groote stadt, en met twee ommeloopen van muuren, die tamelijk wijdt van den anderen liggen, omcingelt. Tuschen dese twee muuren aen d’oost-zijde van de stadt, heeft men ’t Konincklijck Paleys, niet volckomentlijck volmaeckt na ’t oudt beworp, maar nochtans groot, wijdt, gerieffelijck, en bequaem voor het Hof, en seer wel geleghen.
Als libertijn durft Blaeu ook de Zeventien Provinciën op de korrel te nemen:
De landen, die nu gemeenlijck Nederlanden genoemt worden, zijn XVII in getale, meer om dat men de Princen daer van seventhien tytelen toegeschreven heeft, als om enige andere reden: Want op gemeyne vergaederingen, en als er van ’s Princen wegen voorgeslagen werdt van eenighe contributien oft lasten, en plegen de landen in zulke getalen niet te verschijnen, noch te contribueren.
Praktische informatie:
- Atlas Maior / Joan Blaeu ; Peter van der Krogt ; Österreichische Nationalbibliothek, Wien. Hardcover, 29 x 44 cm, 626 pagina’s.
- Atlas Maior : Hollandia et Belgica / Joan Blaeu ; Peter van der Krogt ; Österreichische Nationalbibliothek, Wien. Hardcover, 25,2 x 38,2 cm, 208 pagina’s.
De verschillende delen zijn normaal in de boekhandel te koop of op bestelling leverbaar.
Meer lezen over de uitgevers- en cartografenfamilie Blaeu:
Bronnen:
- Atlas Maior – Hollandia et Belgica
- Atlas Maior – Wikipedia
http://nl.wikipedia.org/wiki/Atlas_Maior_(Blaeu) - Atlas van Blaeu : geschenk van Johan Willem Friso aan de Franeker Academie
http://home.online.nl/m.bourgonjen/Blaeu/tekst.htm - Blaeu, Atlas Maior
https://web.archive.org/web/20200707012814/http://www.taschen.com/pages/en/catalogue/classics/all/44808/facts.blaeu_atlas_maior.htm - Drie generaties Blaeu [ boek ] : Amsterdamse cartografie en boekdrukkunst in de zeventiende eeuw / Marijke Donkersloot-de Vrij. – Amsterdam : Rijksmuseum Nederlands Scheepvaartmuseum, 1992. – 83 p. : ill. – ISBN 90-6011-817-0.
- Joan Blaeu – Wikipedia
http://nl.wikipedia.org/wiki/Joan_Blaeu - Johannes Blaeu, Grooten atlas, oft wereltbeschrijving
- A mapmaking milestone : the story behind Joan Blaeu’s Atlas Maior / by Petra Lamers-Schütze
- Peter van der Krogt – Curriculum vitae
- vanderkrogt.net
http://www.vanderkrogt.net
Nog tot 30 november verleent het commerciële genealogische bedrijf Ancestry gratis toegang tot zijn databank met gegevens over migranten, de zogenaamde Ancestry Immigration Collection. Deze toegang wordt verleend via de Amerikaanse website Ancestry.com en de Britse website Ancestry.co.uk. De databank is onlangs in grootte verdrievoudigd en bevat momenteel meer dan 100 miljoen namen uit meer dan 100 Amerikaanse havens.
Ancestry juicht de enorme uitbreiding aan gegevens toe en viert daarom feest. En hoe kan dat beter dan door de gebruikers van die gegevens gedurende een maand gratis toegang te verlenen. Overigens zijn ook gegevens met betrekking tot Britse, Canadese, Ierse en Schotse migranten nog tot het eind van de maand gratis te raadplegen.
Wie na 30 november op de websites van Ancestry gaat kijken, betaalt een abonnement. De gegevens met betrekking tot de migratie naar New York via Ellis Island en Castle Garden blijven wel vrij toegankelijk.

